top of page

Waarom willen winnen?

  • 7 aug
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 12 aug

Beste King, KOM-jager, wielerliefhebber en sympathisant,


In de vorige nieuwsbrief beloofde ik u een stand van zaken te geven over onze extrasportieve doelen. Het is geen geheim dat we naar het continentale niveau willen doorstromen. Zo kunnen we aan meer én hoger aangeschreven wedstrijden deelnemen en zetten we onze volgende tussenstap naar de ultieme droom: van de hellingen van de Vlaamse Ardennen om ter snelst opknallen naar een volwaardige startplaats in de Ronde van Vlaanderen. Maar laten we eerlijk zijn: koken kost geld.


De zoektocht naar dat broodnodige budget hebben we dit seizoen professioneel aangepakt. De vereniging gaf haar lot deels in handen van een vertegenwoordiger die voor ons, tegen commissie, op zoek ging naar potentiële partners. Onszelf pitchen is daarvan een onderdeel, en vandaag wil ik in deze brief hierop inpikken. Tijdens de voorbereiding van onze presentatie en de bijbehorende slides werden we namelijk geconfronteerd met een stelling die bij mij en menig gepassioneerde ziel in het verkeerde keelgat schoot: winnen zou ondergeschikt zijn aan storytelling. (Op aanvraag kunnen we de dia’s met u delen, mail ons info@kofm.be )


Dit spanningsveld heb ik niet begrepen. Integendeel, voor mij is storytelling een strategische keuze eigen aan ons DNA, en is winnen net te allen tijde de absolute doelstelling! Dat er meer middelen naar contentcreatie en storytelling moeten gaan, is onze strategie en zelfs logisch; dat de vraag wordt gesteld wat nu eigenlijk het belangrijkste is, raakt kant noch wal. De argumentatie vanuit de marktkant luidt dat zowel de partners als de potentiële partners niet wakker liggen van "ene of gene overwinning". Dit wil ik hier, in deze nieuwsbrief aan onze community,  samen met u ontkrachten.


Identiteit

We gaan het niet hebben over de biologie of de psychologie van de individuele sporter die wil winnen voor zijn sterke gevoel van beloning, plezier of eigenwaarde. De ‘egostreeltjes’, zo benoemden we het tijdens onderlinge gesprekken over dit onderwerp (dank aan Tomas De Neve voor deze schitterende terminologie), hebben een intrinsieke oorsprong. Interessanter voor dit verhaal is wat er gebeurt zodra die individuele ambitie onderdeel wordt van een ploeg.


Renners zijn dag in, dag uit, bezig met hun sport. Het is in feite een levensstijl en levenskeuze. Om op ons niveau mee te kunnen, moeten er opofferingen gedaan worden. Dat heeft zijn impact op de privésituatie en op de naaste omgeving. De renner kan en mag daarom zonder schaamte ook aan de ploeg, allemaal gelijkgezinden, verwachtingen stellen om ook het hoogst mogelijke na te streven. De individuele ambitie krijgt zo een collectieve dimensie. En precies daar begint voor ons het verhaal van identiteit.


We bevinden ons in het amateurwielrennen, maar krijgen regelmatig de kans om te proeven van het (internationale) profcircuit: kijk naar onze deelnames aan de UCI-wedstrijden van New York en recentelijk aan de vier manches van de Visegrád Bicycle Race. We doen dus aan een hybride vorm van top- en breedtesport. Die hybride vorm kan er ook voor zorgen dat we prestaties en prestatiedrang gaan relativeren. Als we toch geen profs zijn, waarom zouden resultaten dan zo belangrijk zijn? In extreme mate kan dat zelfs leiden tot sportief nihilisme. Mijn antwoord op die vervlakking is om even terug te gaan naar de kern.


Geheel gestript van alle romantiek is koersen een streep trekken en wie daar als eerste over fietst, wint. Winnen is bij ieder startschot het afgesproken doel binnen de spelregels van de sport. Niet willen winnen, of winnen niet belangrijk vinden, is de sport oneer aandoen. Alle medespelers hebben hetzelfde belang, waardoor er competitie ontstaat. Zo getuigt het ook van een gebrek aan respect voor de concurrent: niet proberen te winnen, is het spel niet meespelen omdat je niet meedoet aan het competitie-element. Het getuigt van weinig engagement voor de sport en is zelfs een belediging voor de inzet van de ander.


In welke mate de renner én club het spel meespelen, moeten ze eerst weten waar ze voor staan. Er zijn verschillende soorten clubs in het (amateur)wielrennen: je hebt jeugdclubs zoals het bijna 100-jarige KSV Deerlijk (het huidige The Lead Out) die jongeren opleiden waar leren winnen en durven verliezen centraal staan. Je hebt teams die meedraaien om zoveel mogelijk succes te oogsten (resultaatgericht, meer topsportgericht), en teams die iedereen aanvaarden om de trui te tonen op de Vlaamse wegen (lokaalgericht, meer breedtesportgericht). Iedere vereniging heeft haar bestaansrecht. Renners zonder competitiedrang kunnen terecht bij losse verenigingen, ik noem maar wat: Flandrien Leuven CT. En de recreant die soms eens wil proeven van competitie kan zich uitleven in Gran Fondo’s. Wij als ‘Kings’, een naam zegt ook wel wat, hebben onze keuze bij de oprichting al gemaakt.



Winnen voor en met het team

Bij de Kings is ambitie nooit een vies woord geweest. Onze transfers van afgelopen seizoen, de deelnames aan internationale koersen, het mogelijk maken van uitstekend materiaal… Het zijn allemaal concrete voorbeelden die getuigen van onze ambitie. Niet alleen bij ons, maar binnen iedere competitiewielerploeg is de wil om te winnen broodnodig. Het ontstaan van teams ligt net in de jacht op records. De individuele overwinning werd het resultaat van ploegwerk. Een prachtig boek, een aanrader, waarin het ontstaan van wielerteams wordt besproken is ‘De Fiets van Lautrec’. Auteur Jan Boesman beschrijft goed hoe fietsfabrikanten records probeerden te pakken en daarvoor hadden ze rennershazen nodig. Die knechten vormden zo een team door de kopman uit de wind te zetten en letterlijk gang te maken. Net door de winnaarsmentaliteit heeft iedereen dus een plaatsje, ook de renners die geen ‘egostreeltje’ najagen. De voldoening kan ook gevonden worden in de samenwerking, in het grotere verhaal.


Als iedereen hetzelfde doel heeft, namelijk winnen, kan je elkaar helpen door bij te sturen, terecht te wijzen indien nodig, opofferingen van eigen kansen om grotere kansen te creëren… Kortom, de winnaarsmentaliteit vormt de olie van de ploeg die de spreekwoordelijke motor doet draaien. Winst is het doel: samen vooruitgang maken om te winnen, het continue streven. De ploeg krijgt schwung, een hartslag, die de onvermijdelijk nodige onderlinge correcties mogelijk maakt. Wanneer er geen gedeelde ambitie heerst, gaat alles maar zijn gangetje. Ook voor de vrijwilligers die het verenigingsleven mogelijk maken is het plezant om deel uit te maken van een levendige groep. Ook hun inzet leidt tot een resultaat. De samenwerking en het succes laten iedereen boven zichzelf uitstijgen. Waarom zich nog vrijwillig inzetten voor een bende die geen drive heeft?  



Een renner en een rennersgroep kunnen snel afglijden, want koersen is ook een mentale sport: de renners zetten zich 100 procent in voor het behalen van hun interne doelen. Maar in de koers verlies je het merendeel van je wedstrijden. Het is dus een continu gevecht om door te zetten, om beter te doen, om niet los te laten. Ook het tegenovergestelde is mogelijk. De sweetspot van de sport heet de ‘flow’: de ervaring van het volmaakt in harmonie zijn met wat je op dat moment aan het doen bent. Het is een staat die iedere sporter nastreeft. Om als ploeg in die staat te verkeren, zijn een gedeelde visie, een gedeeld doel en een gedeelde strategie nodig. ‘Willen winnen’ verenigt de individuele ambities met het collectief. Het geeft de ploeg een hartslag zodat er ruimte ontstaat voor samenwerking en overleg en het mogelijk wordt om in de flow te belanden.


Winnen voor en met de partners

Nu ik heb aangetoond dat ‘waarom willen winnen’ voor ons team het allerhoogste goed moet zijn, rest me nog de (potentiële) partners te overtuigen. Heeft een partner werkelijk geen boodschap aan onze overwinningen? Integendeel. Succes maakt alles altijd relevant. Het creëert aandacht en resultaten geven geloofwaardigheid.


Daarnaast is in het bedrijfsleven ook diezelfde onverzettelijke gedrevenheid immers fundamenteel om te kunnen groeien. Een onderneming en haar medewerkers hebben nood aan een gezonde winnaarsmentaliteit om klanten en contracten binnen te halen. Onze wielerploeg kan haar partners daarin inspireren en omgekeerd. Onze winnaarsmentaliteit is als een spiegel en succes werkt bovendien aanstekelijk.


Waarom zou een ondernemer immers grof betalen voor een keynote van gelauwerde sportlui zoals Nina Derwael, Sep Vanmarcke of Sven Nys, om vervolgens binnen een sportproject te roepen dat winnen niet telt of hen niet interesseert? Winnen impliceert namelijk verschillende waarden, vergt ook discipline, uitmuntendheid, diepgaande samenwerking, doorzettingsvermogen… Welke partner kan zich daar nu niet achter scharen? De leidraad van professor Wim Lagae, in zijn boek ‘De sponsormatch’, leert ons dat sponsorwaarden moeten gelijklopen om naar een duurzame relatie te groeien.


Door steeds beter te willen presteren, zowel op de fiets als in onze bedrijfsvoering, versterken we elkaar. Niet alleen intern geeft de winnaarsmentaliteit ruimte om beter samen te werken, ook tussen de partner (en potentiële partners) en ons project ontstaat zo een gezonde wisselwerking. Door steeds te willen excelleren, kan de partner ook bijsturen indien nodig, wat de band versterkt. Het toont zich soms in heel praktische dingen, zoals toen onze logo’s niet duidelijk tot uiting kwamen op onze wielertenue. Vanop afstand leek het een roze vlek op het witte pakje. Om de leesbaarheid te verhogen, maakten we een nieuw ontwerp. We durven te luisteren en te verbeteren.  



Maar gelijklopende waarden wekken nog geen interesse op voor “ene of gene overwinning”. Indien onze huidige ploeg geen verbondenheid opwekte met hoe het al dan niet draait, dan hebben we dat louter aan onszelf te danken. Ik, met deze nieuwsbrief, sla mee mea culpa. Dan moet en moest ons verhaal sterker gebracht zijn, zeker omdat we net zelf geloven dat storytelling onze toegevoegde waarde is.


Winnen < storytelling?

Dat brengt ons bij de stelling die deze brief ontstak. Eigenlijk vertelt die, op een ongelukkige manier, dat het wielrennen veranderd is. Visibiliteit is tegenwoordig aanwezigheid op sociale media. Het traditionele model van wielersponsoring, een logo op een truitje, werkt niet meer zoals vroeger. Jongere generaties kijken anders, korter, gefragmenteerder. Waar een oudere wielerliefhebber nog een volledige koers live volgt, scrollt de jongere generatie liever door samenvattingen, reels en verhalen op maat. Dat is de realiteit waarin wij een ploeg bouwen.


Wij zagen dat niet als een bedreiging, maar als een opdracht: als de consumptie verandert, moet het wielrennen mee veranderen, zonder de essentie te verliezen. We gaan de markt op met de gedachte dat sport de taal van het volk is, gedragen door megatrends als gezondheid en de vrijetijdseconomie. Ons project maakt deel uit van de aandachtseconomie: we verkopen aandacht door verhalen, humor en emotie. Dat trekt een breed publiek aan. Maar die content floreert pas echt als er authenticiteit aan te pas komt, en authenticiteit in de koers komt van de onvervalste drang om te winnen. Dat is het spel spelen. Vandaaruit ontstaat de romantiek. Storytelling wordt gevoed door de winnaarsmentaliteit. We mogen geen leeg verhaal vertellen.


Het commercieel meedenken met de (potentiële) partners maakt ons project aantrekkelijk. Maar dat betekent niet dat we alleen maar verhaaltjes moeten vertellen. We blijven sportmannen in hart en nieren. We moeten niet kiezen tussen presteren of verhalen vertellen. Dat is flauwekul. Er is geen enkel spanningsveld tussen winnen en content maken. Content is geen kostenpost of een 'twist'. Het is de megafoon van onze sportieve honger.


Het werkt als een vliegwiel: meer bereik trekt nog sterkere partners aan, bredere middelen financieren een nog straffere ploeg, en die sportieve prestaties leveren op hun beurt weer legendarische verhalen op... Onze bewuste keuze om vol in te zetten op een professionalisering van onze contenttak is juist een strategisch wapen om verder door te groeien naar nog méér overwinningen.


Wielerploeg?

Als het puur om de ‘eyeballs’ en ludieke reels zou gaan, waarom hebben we dan in godsnaam een wielerclub opgericht en zijn we niet gewoon een Instagrampagina gebleven? Omdat alleen zijn maar alleen is. Zonder ploegmakkers, zonder de omkadering van ploegleiders, verzorgers en mekaniekers, en zonder de videograaf of editor red je het simpelweg niet. We mogen dromen en passie zat hebben; wie geen banden kan smeden met de mensen om zich heen, is nergens. Het geeft ons extra mogelijkheden (internationale koersen), extra verhaallijnen en de reeds beschreven schwung die een los verbond moeilijker kan behalen. Met het wielerteam is het project een platform geworden. Een platform om dromen te doen uitkomen.  


En dat klinkt misschien allemaal nogal theoretisch. Een voorbeeld van deze mentaliteit zagen we dit seizoen al even opflakkeren. Het Belgisch kampioenschap (BK) was ons hoofddoel van dit seizoen. Alle renners schreven zich ruim voor de deadline in. Elf renners dwongen bij de selectieheren van de provincie een selectie af. We waren de meest talrijke ploeg aan de start. We gingen het weekend voor het BK het parcours verkennen. Geen putje of steentje op de weg was ons onbekend. We spraken open over de plannen en we leefden samen toe naar het moment waarvoor iedereen zich optimaal had voorbereid. Ook voor de omkadering is het zo leuk werken: een zeer gemotiveerde groep die wil strijden voor elkaar geeft ook de vrijwilligers vleugels. De ploeg voorzag een koffiestand van partner Fika Ciclista, ontbijtkoeken voor de partners en sympathisanten en had een heus basecamp voorzien. De renners hoefden alleen maar aan de wedstrijd te denken.



Winnen doen we samen, maar verliezen ook. De wedstrijd hadden we van in het begin in handen genomen en tot de laatste ronde zag het er zeer goed uit. De tactiek werkte en in de laatste ronde konden kopmannen Jan en Rutger zich tonen. Helaas zonder resultaat, maar we stonden er wel. Onze sport blijft een oneindig leerproces. Het afgelopen BK geeft ons enorm veel goesting voor de komende koersen. Door met mentaliteit én open communicatie te koersen hebben we alvast een goede kans in Frans-Guyana. Daar nemen we deel aan de plaatselijke variant van de Tour de France. In elf ritten op negen dagen staan we voor onze grootste sportieve uitdaging sinds ons ontstaan. We hopen er te winnen, wat onze eerste overwinning in een buitenlandse koers zou zijn. Dat was in de winter één van de afgesproken doelstellingen van de ploeg. We hebben er alvast zin in!


Oproep

Deze nieuwsbrief is een persoonlijk essay geworden. Een definitief antwoord op “Waarom willen winnen” is er niet. Het is een uitnodiging tot dialoog. Wat is voor ons eigenlijk het belangrijkste: overwinningen behalen of een goed verhaal brengen? Bovenstaand betoog toont aan dat het geen 'of-of-vraag' is. Natuurlijk willen we winnen; vraag dat maar aan onze renners na!


We beseffen ook dat een palmares alleen ons niet onderscheidt van de andere wielerploegen en andere ambitieuze vrijetijdsprojecten die ook moeten concurreren voor hetzelfde marketingbudget. Wat ons wél onderscheidt, is dat we evenveel energie steken in het vertellen van het verhaal achter die overwinning, of net zo goed achter een nederlaag (maar de intentie moet er zijn), en zo brengen we authenticiteit die volledig in lijn ligt met onze uitgesproken passie voor het vak.


We willen winnen; we spelen het spel mee uit respect voor de sport en uit respect voor de tegenstanders! Wie zelf niet ten volle gaat voor het spreekwoordelijke ‘egostreeltje’, doet het voor de ploeg en haar vrijwilligers: het geeft een doel en richting, waarbij iedereen zijn niet te onderschatten taak heeft. De ploeg wil winnen om schwung te creëren. Een ploeg zonder hartslag is op sterven na dood. Ook partners willen hun waarden gelinkt zien aan de ondersteunde projecten. Succes draagt bij aan hun streven naar relevantie. De winnaarscultuur geeft ruimte voor correcties en wisselwerking, waardoor er een duurzame band ontstaat.


We rijden om te winnen, zodat ons verhaal des te harder binnenkomt.


uitkijkend naar uw repliek,

Sooi



© Jennifer Byn Fotografie, bedankt voor alle foto's

bottom of page